Je camera staat klaar, je microfoon is binnen en je weet meer over je vak dan bijna iedereen die je kent. Dan druk je op opnemen en merk je het: wat zeg je eigenlijk in les 1? En waar houdt les 1 op en begint les 2?
Een draaiboek lost dat op. Het is het plan van je online cursus, gemaakt voordat je ook maar één video opneemt: per module en per les staat erin wat de cursist daarna kan, in welke vorm je het brengt (video, demonstratie, opdracht of quiz), hoe lang het duurt en welke opdracht erbij hoort. Je maakt het in zes stappen, van het eindpunt van je cursus terug naar de losse lessen. Hieronder lopen we ze één voor één door, met een uitgewerkt voorbeeld dat je zo kunt overnemen.
Sta je nog helemaal aan het begin, met alleen een idee? Lees dan eerst ons stappenplan om een online cursus te maken. Dit artikel zoomt in op de stap die daar het meeste verschil maakt: de opzet van je lessen.
Wat is een draaiboek voor een online cursus?
Een draaiboek voor een online cursus is een overzicht van je hele cursus, les voor les, met per les het leerdoel, de vorm, de duur en de opdracht. Zie het als de bouwtekening: je filmt er nog niet mee, maar je weet precies wat er gebouwd moet worden.
Je komt ook andere woorden tegen, en die betekenen net iets anders. Een curriculum of cursusopzet is meestal alleen de inhoudsopgave: welke modules en lessen er zijn. Een lesplan gaat over één les. Een script of storyboard beschrijft wat er in één video te horen en te zien is, zin voor zin of shot voor shot. Het draaiboek zit daartussen. Het is de inhoudsopgave plus de keuzes per les, en het is het document waaruit je later je scripts schrijft.
Het hoeft geen ingewikkeld document te zijn. Een spreadsheet of een tabel in een tekstbestand is genoeg. De waarde zit in de beslissingen die je erin vastlegt, niet in de opmaak. En of je nu een videocursus opneemt of zelf een e-learning bouwt: de opzet maak je op dezelfde manier.
Waarom maak je eerst een draaiboek en neem je pas daarna op?
Omdat de planning meer invloed heeft op hoe goed je video’s werken dan je camera. Dat is geen onderbuikgevoel. In wat bij verschijning het grootste onderzoek naar kijkgedrag bij cursusvideo’s was, analyseerden Philip Guo, Juho Kim en Rob Rubin (2014) 6,9 miljoen kijksessies uit vier cursussen op het platform edX. De videomakers van edX die ze interviewden, vonden de voorbereiding (het plannen van de les) de fase met de grootste invloed op hoe goed cursisten bleven kijken. De onderzoekers kwamen zelf tot hetzelfde advies: steek veel tijd in de lesplanning, zodat je je video’s kunt opdelen in stukken van minder dan zes minuten.
Er is ook een heel praktische reden. Een les verschuiven in een tabel kost je een minuut. Een les opnieuw opnemen omdat je halverwege ontdekt dat een onderwerp eigenlijk in module 1 thuishoort, kost je een middag. En zonder draaiboek zie je gaten pas als een cursist erover struikelt: een begrip dat je in les 7 gebruikt maar nergens hebt uitgelegd, of vier lessen op een rij waarin je alleen maar praat.
Zo maak je een draaiboek in 6 stappen
We gebruiken in alle stappen één doorlopend voorbeeld: een beginnerscursus zuurdesembrood bakken. Zo zie je per stap hoe het draaiboek groeit, tot je aan het eind een complete tabel hebt.
Stap 1: Begin bij het eindpunt van je cursus
De eerste stap is opschrijven wat je cursist na afloop kan dat vooraf nog niet lukte. Dus niet wat jij gaat vertellen, maar wat de ander straks doet. Die werkwijze heet backward design en komt van Grant Wiggins en Jay McTighe, uit hun boek Understanding by Design (1998). Je ontwerpt in drie stappen: eerst het resultaat dat je wilt bereiken, dan het bewijs waaraan je ziet dat iemand het heeft gehaald, en pas daarna de lessen die ernaartoe leiden.
In het voorbeeld is het eindpunt: na deze cursus bak je thuis zelfstandig een zuurdesembrood, met een starter die je zelf hebt gekweekt. Het bewijs: de cursist bakt een brood, snijdt het door en beoordeelt de kruim met een checklist. Pas als die twee vaststaan, ga je over lessen nadenken. Alles wat niet helpt om dat brood te bakken, mag eruit, hoe interessant het ook is. De geschiedenis van zuurdesem? Leuk voor een bonusles, geen hoofdstuk.

Zet die eindpunt-zin bovenaan je draaiboek. Je hebt hem nog vaak nodig: als filter bij elke les die je wilt toevoegen, en later ook voor de titel en de beschrijving van je cursus.
Stap 2: Schrijf leerdoelen die je kunt controleren
Een goed leerdoel beschrijft iets wat de cursist zichtbaar kan doen, zodat jij én de cursist kunnen nagaan of het gelukt is. “Begrijpen hoe zuurdesem werkt” is lastig te controleren. “Aan de bubbels, de geur en het volume zien of je starter klaar is om mee te bakken” kun je wel nagaan.
Het trucje zit in het werkwoord. Weten, begrijpen en inzien gebeuren in iemands hoofd, en daar kun je niet in kijken. Herkennen, uitleggen, berekenen, maken, kiezen en beoordelen kun je wel zien. Schrijf per module één of twee van zulke doelen en houd ze klein genoeg voor een paar lessen. Heeft een doel eigenlijk een hele cursus nodig, dan is het geen moduledoel maar je eindpunt uit stap 1.

Stap 3: Deel je cursus op in modules
Modules zijn de hoofdstukken van je cursus: groepjes lessen die samen één tussendoel halen. Een handige regel is dat een module eindigt op een moment waarop de cursist iets af heeft. In het voorbeeld heb je na module 1 een actieve starter, na module 2 een deeg, na module 3 een gerezen en gevormd brood, en na module 4 een gebakken brood dat je zelf kunt beoordelen.
Zet de modules in de volgorde waarin de cursist ze nodig heeft, niet in de volgorde waarin jij het vak ooit hebt geleerd. Als expert begin je graag met theorie, omdat je weet waarom die belangrijk is. Een beginner wil eerst iets zien werken. Begin daarom met iets wat snel resultaat geeft, en leg de theorie uit op het moment dat de cursist hem nodig heeft. In het voorbeeld komt uitleg over gisting dus pas in module 3, als het deeg ligt te rijzen en de vraag “waarom gebeurt dit?” vanzelf opkomt.

Hoeveel modules je nodig hebt? Zoveel als je tussendoelen hebt. Het zuurdesemvoorbeeld heeft er vier; onze eigen gratis cursus over cursussen maken heeft er zes (verderop zie je hoe die is opgebouwd).
Stap 4: Geef elke les één leerdoel en een vaste opbouw
Een les behandelt één ding. Dat is de belangrijkste regel van je hele draaiboek. Wil je in een les twee dingen uitleggen, dan zijn het twee lessen. Korte lessen zijn makkelijker te volgen, makkelijker terug te vinden als iemand iets wil herhalen, en makkelijker opnieuw op te nemen als er later iets verandert.
Geef je lessen daarnaast een vaste opbouw, zodat cursisten weten wat ze kunnen verwachten. Voor de meeste uitleglessen werkt dit goed: je opent met een hook (een probleem, een vraag of alvast het resultaat van deze les), je legt uit, je laat het zien in een voorbeeld, je geeft de cursist iets om te doen, en je sluit af met een samenvatting van één zin plus een brug naar de volgende les.

Die hook hoeft niet spectaculair te zijn. “Zo ziet een deeg eruit dat klaar is om te vormen, en aan het eind van deze les herken jij dat ook” is genoeg. Wil je hier meer mee doen, dan helpt storytelling enorm: een les die opent met een herkenbaar probleem blijft beter hangen dan een les die opent met een definitie.
Stap 5: Kies per les de vorm en de duur
Niet elke les hoeft een video te zijn, en niet elke video hoeft even lang te duren. Kies per les de vorm die past bij wat de cursist moet leren. Een handeling leer je het best met een demonstratie waarin je meekijkt. Een begrip leg je uit in een korte video met beeld erbij. Een recept of checklist werkt beter als download dan als video die iemand steeds op pauze moet zetten. En of iets is blijven hangen, test je met een korte quiz of een opdracht.
Houd je video’s kort. In het onderzoek van Guo en collega’s was de lengte van een video verreweg de sterkste voorspeller van betrokkenheid: kortere video’s hielden de aandacht veel beter vast, en hun advies is om lessen op te delen in stukken van minder dan zes minuten. In ons stappenplan houden we vijf tot tien minuten aan als richtlijn, en binnen die marge kies je dus liever de korte kant. Een les van een kwartier is bijna altijd twee of drie lessen die nog niet uit elkaar zijn gehaald.
Kijk tot slot naar het ritme van de hele cursus. Zet alle vormen eens achter elkaar. Zie je vijf praatvideo’s op een rij, wissel dan af met een demonstratie, een opdracht of een quiz. Afwisseling houdt cursisten actief, en een opdracht halverwege een module laat ze merken dat ze vooruitgaan.

Stap 6: Zet alles in één draaiboek-tabel
Nu breng je alles samen in één tabel met één rij per les. Zes kolommen zijn genoeg: module, les, leerdoel, vorm, duur en opdracht. Zo zie je in één oogopslag of elke les een doel heeft, of de vormen afwisselen en of er genoeg te doen valt. Een lege cel is een signaal: een les zonder leerdoel kan er waarschijnlijk uit, en een module zonder opdracht is waarschijnlijk te passief.
| Kolom | Wat vul je in? |
|---|---|
| Module | Het hoofdstuk waar de les in valt, met het tussendoel van die module. |
| Les | Een nummer en een korte titel, zoals 2.3 Strekken en vouwen. |
| Leerdoel | Wat de cursist na deze les kan, met een werkwoord dat je kunt zien. |
| Vorm | Video, demonstratie, opdracht, quiz of download. |
| Duur | De geschatte lengte. Houd video’s bij voorkeur onder de zes minuten. |
| Opdracht | Wat de cursist zelf doet, of een streepje als de les geen opdracht heeft. |
Zo zien de eerste twee modules van het voorbeeld eruit als je de tabel invult:

Wil je je draaiboek meteen als opnameplanning gebruiken, voeg dan twee kolommen toe: een voor materialen (wat moet er klaarstaan als je opneemt?) en een voor de status (script klaar, opgenomen, gemonteerd). Dan hoef je niet nog een apart lijstje bij te houden.
Moet je je lessen helemaal uitschrijven?
Niet per se. Voor de meeste lessen werken steekwoorden beter dan een volledig uitgeschreven script, maar voor sommige stukken is uitschrijven slim.
Een volledig script is handig als elk woord telt: bij een definitie, bij een reeks stappen die precies moet kloppen, bij de introductievideo van je cursus, of als je opneemt in een taal die je minder goed beheerst. Werk je met een teleprompter, dan heb je het sowieso nodig. Het nadeel is dat voorgelezen tekst al snel klinkt als voorgelezen tekst, zeker als je daar niet in getraind bent.
Steekwoorden geven houvast zonder dat je gaat voorlezen. Je schrijft per les de hook op, de drie of vier punten die je wilt maken, je voorbeeld en je slotzin, en daartussen praat je vrij. Dat past bij wat Guo en collega’s zagen: video’s waarin de docent vlot en enthousiast sprak, werden beter bekeken, en ze raden aan docenten juist aan te moedigen dat enthousiasme te laten zien. Dat lukt makkelijker als je praat dan als je leest.

Een middenweg die goed werkt: schrijf de eerste en de laatste zin van elke les letterlijk uit en de rest in steekwoorden. Dan begin en eindig je strak, en klinkt het midden gewoon als jij. Hoe je daarna opneemt, van licht tot geluid, lees je in instructievideo’s maken en in onze gids over de juiste microfoon voor instructievideo’s.
Hoe houd je cursisten betrokken van de eerste tot de laatste les?
Door ze vroeg iets te laten doen en ze steeds te laten zien waar ze staan. Een cursist die in de eerste module al een klein resultaat heeft (een starter die bubbelt, een eerste formule die werkt, een eerste schets) heeft een reden om door te gaan. Plan zo’n eerste succes bewust in je draaiboek, het liefst in de eerste paar lessen.
Daarna helpen drie dingen. Opdrachten die op elkaar voortbouwen, zodat de cursist aan het eind iets heeft wat hij of zij zelf heeft gemaakt. Een korte quiz aan het eind van elke module, zodat de cursist merkt wat er al zit; jezelf overhoren is bovendien een van de geheugentechnieken die echt werken. En een brug aan het eind van elke les: één zin die vertelt wat er nu komt en waarom dat de volgende logische stap is.
Voorbeeld: zo is de cursus ‘Hoe maak ik een cursus?’ opgebouwd
Wil je zien hoe dit er in een echte cursus uitziet? Kijk dan naar onze eigen gratis cursus Hoe maak ik een cursus?. Die bestaat uit zes hoofdstukken met samen 19 lessen en duurt in totaal 2 uur en 23 minuten.

De opbouw volgt dezelfde logica als dit artikel: een introductie (3 lessen), de voorbereiding (2), de opzet van je cursus (3), de inhoud (4), promotie en verkoop (5) en een afsluiting (2). Ook het eindpunt is helder: wie alle opdrachten doorloopt, heeft aan het einde genoeg klaar om de eigen cursus te gaan maken. Wil je daarna verder met begeleiding, dan is er de complete opleiding Maak een professionele online cursus. Wil je juist zonder budget beginnen, lees dan hoe je gratis een online cursus maakt. Meer cursussen en artikelen over dit onderwerp vind je onder cursus maken.
Welke fouten maak je makkelijk in een cursusdraaiboek?
De grootste valkuil is alles willen vertellen wat je weet. Juist omdat je expert bent, voelt elk detail belangrijk. Je eindpunt uit stap 1 is je filter: helpt een les de cursist niet om daar te komen, dan wordt het een bonusles of gaat die eruit.
Let daarnaast op drie andere valkuilen: een eerste module die vol theorie zit voordat er iets gebeurt, lessen die twee of drie onderwerpen door elkaar behandelen, en modules zonder één opdracht, waarin cursisten alleen kijken. Een laatste fout is het draaiboek wegleggen zodra je begint met opnemen. Verandert er tijdens het filmen iets, pas het dan meteen aan. Bij de eerste update van je cursus ben je er blij mee, en je hebt het ook nodig als je straks bepaalt wat je voor je cursus vraagt: een helder draaiboek laat precies zien wat iemand krijgt.
Veelgestelde vragen over een draaiboek voor je online cursus
Een draaiboek is het plan van je online cursus, les voor les. Per les staan erin het leerdoel, de vorm (video, demonstratie, opdracht of quiz), de duur en de opdracht. Je maakt het voordat je gaat opnemen, zodat je ziet of elke les een doel heeft en of de volgorde klopt.
Kort. In ons stappenplan houden we vijf tot tien minuten aan als richtlijn, en onderzoek van Guo, Kim en Rubin (2014) naar 6,9 miljoen kijksessies op edX raadt aan video’s op te delen in stukken van minder dan zes minuten. Duurt een les langer, kijk dan of je hem kunt splitsen.
Zoveel als nodig is om je eindpunt te halen, en geen les meer. Er is geen vast aantal. Ter vergelijking: de gratis Soofos-cursus Hoe maak ik een cursus? heeft 19 lessen in zes hoofdstukken, samen 2 uur en 23 minuten.
Een draaiboek beschrijft de hele cursus, les voor les. Een lesplan werkt één les verder uit. Een script beschrijft wat je in één video letterlijk zegt en laat zien. Je begint met het draaiboek en schrijft daar later je lesplannen en scripts uit.
Een spreadsheet zoals Excel of Google Spreadsheets werkt het handigst: één rij per les en één kolom per keuze (module, les, leerdoel, vorm, duur en opdracht). Zo kun je de totale duur optellen en een statuskolom toevoegen voor je opnameplanning.
Niet voor elke les. Schrijf letterlijk uit wat precies moet kloppen, zoals definities, je introductie en exacte stappen. Voor uitleg en demonstraties werken steekwoorden meestal beter, omdat je dan vrij en enthousiast praat in plaats van voorleest.
Ja, en dat is ook de bedoeling. Pas het aan zodra er tijdens het opnemen iets verandert, en gebruik het bij elke update van je cursus. Vragen en feedback van cursisten laten zien welke les een extra voorbeeld of een opsplitsing nodig heeft.
Draaiboek af? Dan kun je beginnen met opnemen
Met een draaiboek heb je het lastigste denkwerk achter de rug. Je weet waar je cursus naartoe gaat, wat elke les doet en hoe lang alles duurt. Opnemen is daarna vooral uitvoeren. Wil je die cursus aanbieden aan een groot publiek zonder zelf een platform te bouwen? Op Soofos, waar al meer dan 100.000 mensen leren, focus jij op de inhoud en zorgen wij voor de rest. Je kunt eerst vrijblijvend een gratis kennismakingsgesprek inplannen. Word instructeur bij Soofos en maak van je draaiboek een cursus.



