Je hebt weken aan je cursus gewerkt. De lessen staan, het geluid is goed, de laatste video is geüpload — en dan staar je naar dat ene lege veldje: de prijs. Negen van de tien beginnende instructeurs vullen daar iets veiligs in. €9,95. Niemand schrikt daarvan. En precies daar begint het probleem.
Er bestaat geen vaste prijs voor een online cursus. Wat je kunt vragen hangt af van het resultaat dat je belooft, van wie het koopt en van hoeveel jij er zelf bij zit. Als grove richting: losse, zelfstandig te volgen cursussen voor consumenten zitten in Nederland vaak ergens tussen de €25 en €150, terwijl beroepsgerichte trajecten met begeleiding of certificering al snel in de honderden tot duizenden euro’s lopen. In dit artikel lees je hoe je binnen die bandbreedte een prijs kiest die klopt — met rekenvoorbeelden, de fouten die het vaakst geld kosten, en een eerlijk beeld van wat je er netto aan overhoudt.
Waarom je uren niet je prijs bepalen
De tijd die jij in je cursus hebt gestopt, is voor je koper volstrekt oninteressant. Hij ziet niet jouw zestig uur monteren; hij ziet wat hij er zelf mee opschiet.
Dat voelt oneerlijk, en het is de belangrijkste denkfout om af te leren. Een cursus van veertig minuten die iemand een aangifte bespaart, mag meer kosten dan acht uur video over een hobby. Je kosten en je uren bepalen alleen je bodem: daaronder is het geen bedrijf meer, maar liefdadigheid. Wat je erboven vraagt, bepaalt de waarde aan de andere kant van het scherm.
Handig om te weten: bij verreweg de meeste online cursussen is je werk grotendeels eenmalig. Je neemt één keer op en verkoopt daarna honderd keer — dat is precies waarom passief inkomen zo vaak in één adem met cursussen wordt genoemd. Het maakt je prijs ook minder eng: je hoeft niet per verkoop je uren terug te verdienen, maar over de hele looptijd.
Wat bepaalt de prijs van een online cursus?
Zes dingen doen het echte werk. Loop ze langs voordat je een bedrag kiest, en je hebt binnen tien minuten een verdedigbare prijs in plaats van een onderbuikgevoel.
Het resultaat. Wat kan iemand ná jouw cursus dat hij ervoor niet kon? Hoe concreter en hoe waardevoller dat resultaat, hoe meer ruimte je hebt. “Leuker fotograferen” is minder waard dan “je eerste betaalde bruiloft schieten”.
Wie het betaalt. Een consument betaalt uit eigen zak en vergelijkt met een avondje uit. Een professional betaalt uit een opleidingsbudget en vergelijkt met een dagcursus van €600. Datzelfde onderwerp mag voor een zakelijke doelgroep dus gerust een factor drie duurder.
Diepte, niet lengte. Twintig lessen zijn niet automatisch meer waard dan acht. Wat telt is of iemand er echt komt: compleetheid, opbouw, oefenmateriaal, sjablonen die je meegeeft.
Hoeveel jij erbij zit. Dit is de grootste prijsknop die er is. Een volledig zelfstandige cursus is één ding; feedback op inzendingen, een vragenuurtje of een community erbij is iets heel anders — en verklaart het verschil tussen €49 en €499.
Je bewijs. Reviews, resultaten van eerdere cursisten, je portfolio, je naam in het vakgebied. Zonder bewijs is een hoge prijs een gok; mét bewijs is hij vanzelfsprekend.
Het alternatief. Wat kost het je koper om het níet te leren, of om het ergens anders te leren? Vergelijk met een klassikale training, een boek, een adviseur inhuren. Jij zit daar ergens tussenin, en dat is je speelveld.

Zo bereken je je prijs in drie stappen
Bepaal eerst je bodem, dan je anker, dan je plafond — en kies daarbinnen. Dat is de hele methode, en hij werkt of je nu een hobbycursus of een beroepsopleiding maakt.
Stap 1: bereken je bodem
Je bodem is het bedrag waaronder verkopen zinloos wordt. Tel je echte kosten op: opnameapparatuur, software, een microfoon, eventueel een editor, plus de uren die je erin stopt tegen een tarief dat je jezelf gunt. Deel dat door het aantal verkopen dat je in een jaar realistisch acht — en wees daar conservatief in.
Stel: je bent €1.200 kwijt aan spullen en tools, en je stopt er 60 uur in die je op €40 waardeert. Dat is €3.600 aan tijd, samen €4.800. Verwacht je in het eerste jaar 100 verkopen, dan is je bodem €48. Verwacht je er 300, dan zakt hij naar €16. Die bodem is geen prijs — het is de grens waaronder je jezelf betaalt om te werken.
Stap 2: zoek je anker
Kijk daarna wat vergelijkbare cursussen kosten. Niet om er onder te gaan zitten, maar om te weten wat je koper in zijn hoofd heeft als hij jouw prijs ziet. Blader door het aanbod in jouw vakgebied op Soofos en bij een paar concullega’s, en let vooral op wat er voor die prijs bíj zit: begeleiding, certificaat, oefenbestanden, duur van de toegang.
Wat je bijna altijd ziet: hetzelfde onderwerp kent drie prijsklassen. Een korte introductie, een complete cursus, en een traject met begeleiding. Bepaal in welke klasse jij zit voordat je op de euro gaat zitten muggenziften.
Stap 3: bepaal je plafond met waarde
Je plafond is wat het resultaat je koper waard is. Bespaart je cursus iemand vier uur per maand? Levert het een opdracht op? Voorkomt het een boete? Zet daar een bedrag op en vraag daar een fractie van — een tiende is een gangbare vuistregel die je meteen laat zien hoeveel ruimte er meestal nog is.
Neem Marloes, die zzp’ers leert hun eigen boekhouding te doen. Haar bodem ligt op €35. Vergelijkbare cursussen staan tussen €59 en €129. Haar cursisten besparen een boekhouder van zo’n €80 per maand. Ze kiest €89, met een uitgebreidere versie inclusief twee vragenuurtjes voor €189. Niet omdat het mooi uitkomt, maar omdat elk van de drie stappen dat bedrag ondersteunt.

Hoeveel moet je eigenlijk verkopen?
Dit sommetje hakt bij de meeste instructeurs de knoop door. Zet je gewenste jaaromzet af tegen je prijs en je ziet meteen of je plan realistisch is.
Stel dat je €5.000 per jaar wilt verdienen aan je cursus. Bij €29 heb je daar 173 verkopen voor nodig. Bij €79 zijn het er 64. Bij €199 nog 26. Dat is hetzelfde bedrag, met een compleet ander marketingprobleem eronder: 173 kopers vinden is een baan op zich, 26 kopers overtuigen is een middag netwerken en een goede landingspagina.
Ga daarna nog één stap verder en reken met wat er nétto overblijft. Verkoop je via een marktplaats die de helft van de opbrengst houdt, dan verdubbelt dat aantal. Verkoop je zelf, dan gaan er btw en betaalkosten af. Dat is geen reden om af te haken — het is de reden om niet blind €19 te vragen.

Te goedkoop is een echt risico
Een lage prijs beschermt je niet — hij zet je cursus weg als iets kleins. Kopers gebruiken prijs als kwaliteitssignaal, zeker bij iets wat ze vooraf niet kunnen uitproberen. €9,95 zegt: waarschijnlijk oppervlakkig, waarschijnlijk snel in elkaar gezet.
Er zit ook een praktische kant aan. Goedkoop verkopen betekent véél verkopen, en elke koper kan vragen stellen, een factuur willen of terugkomen met een probleem. Bij een cursus van tien euro is die supportvraag verlies; bij een cursus van honderd euro kun je hem met plezier beantwoorden. En een cursus die iets opbrengt, kun je bijwerken als je vakgebied verandert — een cursus die niets opbrengt, veroudert stilletjes.
Andersom bestaat natuurlijk ook. Een hoge prijs zonder bewijs, zonder duidelijke uitkomst en zonder een fatsoenlijke voorproef verkoopt gewoon niet. Prijs en geloofwaardigheid moeten samen omhoog.
Gratis of betaald?
Gratis is geen prijsstrategie, maar wel een uitstekende kennismaking. Een korte gratis mini-cursus laat mensen jou en je manier van uitleggen ervaren, en verkoopt daarna je betaalde cursus beter dan welke advertentie ook.
De valkuil is dat je je hele cursus weggeeft in de hoop op goodwill. Geef het begin weg, niet het resultaat: de eerste module, een losse techniek, een sjabloon. Op Soofos zie je hetzelfde principe terug in de veertig gratis introductiecursussen die iedereen met een account kan volgen — die zijn er precies om te laten proeven. Hoe je zo’n gratis versie slim opzet, staat uitgebreid in ons artikel over gratis een online cursus maken.

Wat houd je er netto aan over?
Je prijs is niet je inkomen. Waar je verkoopt bepaalt hoeveel er van dat bedrag bij jou terechtkomt, en dat verschil is groot genoeg om je prijs op aan te passen.
Verkoop je op je eigen site, dan houd je in theorie alles. In de praktijk gaat er 21% btw af als je btw-plichtig bent, plus betaalkosten van je betaalprovider (reken op een paar procent per transactie, afhankelijk van de aanbieder), plus je hosting, je e-mailtool en je LMS. Van een cursus van €79 blijft dan al snel iets in de orde van €60 over — en dan moet je die koper zelf nog vinden. Dat laatste is voor de meeste instructeurs het echte werk: niet techniek, maar publiek.
Verkoop je via een marktplaats, dan lever je een deel van de opbrengst in en krijg je daar bereik voor terug. Bij Soofos is dat model expliciet: je krijgt 50% van de opbrengst bij losse verkopen, en tot 96% als je je cursisten zelf aanbrengt. Je bepaalt zelf je prijs, je blijft eigenaar van je materiaal en je mag je cursus ook elders aanbieden — plaatsen kost niets. Daarnaast verdien je via Soofos Plus, het onbeperkte abonnement voor cursisten, op basis van hoeveel en hoe lang abonnees jouw cursus kijken. Hoe dat precies werkt en wat de voorwaarden zijn, lees je op de pagina voor instructeurs.

Eerlijk blijven is hier belangrijker dan enthousiast doen. Soofos zegt er zelf bij dat een cursus tussen de €0 en een paar duizend euro per maand kan opbrengen en dat er geen garanties zijn — en dat klopt met wat we in de praktijk zien. Wie een cursus maakt om er volgende maand van te leven, komt bedrogen uit. Wie er een tweede inkomstenstroom naast zijn vak van maakt, meestal niet.
De prijs die je toont: btw, kortingen en bedenktijd
Verkoop je zelf aan consumenten, dan gelden er een paar harde regels voor het bedrag dat je op je pagina zet. Ze zijn niet ingewikkeld, maar ze bepalen wel welk getal je communiceert.
Consumentenprijzen moet je inclusief btw tonen, met alle onvermijdelijke bijkomende kosten erin verwerkt. Op een opgenomen online cursus geldt in Nederland in de regel het 21%-tarief. De onderwijsvrijstelling gaat vaak níet op: die eist dat er interactie met een docent mogelijk is, dus een cursus die volledig zelfstandig te volgen is, valt er in principe buiten — ook als je een CRKBO-registratie hebt. Blijf je onder de €20.000 omzet per jaar, dan kun je meedoen aan de kleineondernemersregeling en reken je helemaal geen btw.
Twee dingen die specifiek bij lanceringen misgaan. Werk je met een van/voor-prijs, dan mag je alleen vergelijken met de laagste prijs die je de afgelopen 30 dagen hebt gehanteerd — een permanent doorgestreepte “normale prijs” mag dus niet. En bij digitale producten heeft je koper 14 dagen bedenktijd, tenzij je hem vóór de aankoop laat instemmen met het vervallen daarvan en hij de cursus zelf start; sinds 25 juni 2026 moet een webshop bovendien een duidelijke herroepingsknop aanbieden.
Dit is algemene informatie en geen belastingadvies — check je eigen situatie bij de Belastingdienst of je boekhouder. Verkoop je via een platform als Soofos, dan is dit grotendeels geregeld: het platform verzorgt de betalingen, de facturatie en de klantenservice.
Je prijs testen, verhogen en ankeren
Je eerste prijs is een startpunt, geen contract. Verhogen mag, en is bijna altijd de juiste richting naarmate je cursus beter wordt en je meer reviews verzamelt.
Wat in de praktijk goed werkt: begin met een introductieprijs voor de eerste groep cursisten, in ruil voor eerlijke feedback en een review. Verwerk die feedback, verhoog daarna naar je echte prijs en houd hem daar. Bied vervolgens twee of drie varianten aan — alleen de cursus, de cursus met werkboek en sjablonen, en een versie met begeleiding. Die middelste variant wordt het vaakst gekozen, en de duurste maakt de middelste vanzelf redelijk.
Wat níet werkt: elke maand een kortingsactie. Je leert je publiek dan simpelweg om te wachten, en je haalt je eigen prijs onderuit.

De fouten die het vaakst geld kosten
Vier dingen zien we telkens terugkomen. Je prijs baseren op je onzekerheid in plaats van op je resultaat — dat is de €9,95-reflex. Je prijs baseren op de goedkoopste aanbieder, terwijl die misschien iets heel anders levert. Vergeten door te rekenen wat er nétto overblijft, waardoor je omzet en inkomen door elkaar gaan lopen. En blijven wachten tot je cursus “helemaal af” is: een cursus die niemand kan kopen, brengt gegarandeerd nul op.
Zit je nog vóór dat prijsveld en moet je cursus zelf nog gemaakt worden? Begin dan bij ons complete stappenplan om een online cursus te maken of bij de praktische uitleg over e-learning maken, en kijk voor de opnamekant naar instructievideo’s maken.
Veelgestelde vragen over de prijs van een online cursus
Hoeveel vraag je voor een online cursus?
Voor een losse, zelfstandig te volgen cursus voor consumenten zit je in Nederland meestal tussen de €25 en €150. Komt er begeleiding, feedback of certificering bij, dan lopen prijzen op tot enkele honderden euro’s; beroepsgerichte trajecten gaan daar nog overheen. Het bedrag volgt uit het resultaat dat je belooft, niet uit het aantal uren video.
Hoe bepaal je de prijs van je cursus?
Bereken eerst je bodem (kosten en uren gedeeld door het aantal verkopen dat je realistisch acht), kijk daarna wat vergelijkbare cursussen vragen, en schat tot slot wat het resultaat je cursist oplevert. Je prijs ligt tussen die bodem en dat waardeplafond, dicht bij het marktanker van de klasse waarin jij speelt.
Is het slim om je cursus gratis aan te bieden?
Als kennismaking wel, als businessmodel niet. Een korte gratis mini-cursus of proefles laat mensen je manier van uitleggen ervaren en verkoopt daarna je betaalde cursus. Geef het begin weg, niet het eindresultaat.
Wat verdien je aan een online cursus op Soofos?
Bij losse verkopen krijg je 50% van de opbrengst, en tot 96% als je je cursisten zelf aanbrengt. Daarnaast verdien je via Soofos Plus op basis van hoeveel en hoe lang abonnees je cursus kijken. Je bepaalt zelf je prijs, plaatsen is gratis en je blijft eigenaar van je materiaal. Garanties zijn er niet: de opbrengst loopt in de praktijk uiteen van niets tot een paar duizend euro per maand.
Moet je btw rekenen over een online cursus?
Meestal wel: een opgenomen online cursus valt in Nederland in de regel onder het 21%-tarief. De onderwijsvrijstelling geldt alleen als er interactie met een docent mogelijk is, dus een volledig zelfstandige cursus valt er doorgaans buiten. Onder €20.000 jaaromzet kun je gebruikmaken van de kleineondernemersregeling. Check je eigen situatie bij de Belastingdienst of een adviseur.
Kun je de prijs van je cursus later verhogen?
Ja, en dat is meestal verstandig. Start met een introductieprijs voor je eerste cursisten in ruil voor feedback en reviews, verwerk die, en zet je prijs daarna op het niveau dat bij je cursus hoort. Let er wel op dat je een van/voor-prijs alleen mag vergelijken met de laagste prijs van de afgelopen 30 dagen.
Klaar om je cursus in de markt te zetten?
Een prijs bedenken is één ding, hem betaald krijgen is het volgende. Op Soofos verkoop je je cursus aan een publiek van meer dan 100.000 cursisten dat al op het platform zit: je bepaalt zelf je prijs, plaatsen is gratis, en wij regelen de techniek, de betalingen en de klantenservice. Wil je eerst weten of jouw onderwerp zich leent voor een cursus, volg dan de gratis cursus Hoe maak ik een cursus? — en als je eruit bent, meld je je in een paar minuten aan als instructeur bij Soofos.



